De meeste medicijnen hebben bijwerkingen, soms zelfs heel ernstige. Of een medicijn werkt niet goed. Vrijwel alle patiënten in Nederland hebben een DNA-variant, die van invloed is op de werking van een medicijn. In Nederland worden aan de hand van DNA onderzoek jaarlijks ongeveer 200.000 recepten bijgesteld.  Amerikaans onderzoek toonde zelfs aan dat zo’n 7% van de ziekenhuisopnames een gevolg is van bijwerkingen. Met farmacogenetisch onderzoek worden de DNA-varianten in kaart gebracht, die van invloed zijn op de werking van een medicijn. Medicijnen voorschrijven op basis van het individuele DNA-profiel vermindert dus de kans op bijwerkingen en geeft zekerheid over de werking van een medicijn.

Vaak worden meer medicijnen tegelijk voorgeschreven. Maar de werking van het ene medicijn kan de werking van een ander medicijn tegenwerken. Het ene medicijn doet dan wat het moet doen, maar verhindert, dat het andere medicijn goed werkt. Ook daarom is het belangrijk om de wisselwerking tussen medicijnen af te stemmen op het met farmacogenetisch onderzoek gevonden stofwisselingspatroon.

Bijwerkingen zoals maagklachten en hoofdpijn

De meest voorkomende bijwerkingen zijn maagklachten, zoals zuurbranden, opgeblazen gevoel en misselijkheid. Maar ook hoofdpijn, duizeligheid of erge vermoeidheid zijn veel voorkomende bijwerkingen, die vaak niet nodig zijn.

Medicatie op maat

Medicijnen moeten soms gedurende een lange tijd worden geslikt, soms zelfs een leven lang.  Voorbeelden zijn cholesterol verlagende medicijnen (Simvastatine), bloeddrukverlagende medicijnen, anti-stollingsmedicijnen, medicijnen tegen reuma (Azathioprine) en pijnstillers (Codeïne). Vaak betekent dat een leven lang bijwerkingen. Sommige bijwerkingen zijn meteen merkbaar, maar er zijn ook bijwerkingen, die zich pas later manifesteren. Juist dan is het belangrijk rekening te houden met hoe iemand als individu op die medicijnen reageert. Vroeger was het een kwestie van uittesten hoe iemand reageert. Maar met de moderne DNA technieken is dat niet meer nodig. Met een DNA test kan onderzocht worden of een medicijn het gewenste effect heeft en welke dosering daarbij hoort.

 

Hoe het lichaam medicijnen opneemt en afbreekt wordt bepaald door de genetische eigenschappen van de stofwisseling.

 

Met een DNA-test worden deze specifieke eigenschappen in kaart gebracht. Aan de hand daarvan wordt dan het beste medicijn en de juiste dosering vastgesteld. Op deze manier is men verzekerd van een goed werkend medicijn en wordt de kans op bijwerkingen sterk verminderd. Voor deze medicijnen is farmacogenetisch testen mogelijk.

Met de DNA-test wordt een medicatiematch gemaakt afgestemd op het genetisch profiel.

Op het DNA-paspoort staat het farmacogenetisch profiel. Het farmacogenetisch profiel geeft aan hoe het lichaam medicijnen opneemt.