Hart -en vaatziekten zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak. Er bestaan veel medicijnen om hart -en vaatziekten te behandelen. Het effect van deze medicijnen verschilt per patiënt. Dit hangt samen met de genetische eigenschappen die bepalen hoe ons lichaam medicijnen opneemt.

Voorschrijven van antistollingsmedicijnen

Antistollingsmedicijnen verminderen de stolling van het bloed. Naast cholesterolverlagers en bètablokkers zijn antistollingsmedicijnen belangrijk om een patiënt uit de gevarenzone te houden. Acenocoumarol en Fenprocoumon, remmen bloedstollingseiwitten om de vorming van bloedstolsels te voorkomen. Acetylsalicylzuur, Clopidogrel (medicijn Plavix), Prasugrel, Carbasalaatcalcium en Dipyridamol voorkomen het te snel samenklonteren van bloedplaatjes in het bloed. De werking van antistollingsmedicijnen moet stabiel zijn. Bij een te lage dosering stolt het bloed teveel en bij een te hoge dosering is er het risico van maag- of darmbloeding. Om dit risico te verminderen is het belangrijk dat het medicijn en de dosering is afgestemd op de stofwisseling.

F2, F5, VKORC1, CYP1A2, CYP2C19, CYP2C9 en MTHFR  zijn belangrijk bij het bepalen van de juiste bloedverdunners. Voorschrijven van bloedverdunners vereist grote zorgvuldigheid. Om die reden zijn deze genen onderdeel van het NIFGO DNA-paspoort..

Lees ook over het belang van VKORC1 bij antistollingsmedicijnen.

 

Stent wordt gebruikt voor het openhouden van de bloedvaten

Een stent zorgt voor het openhouden van de bloedvaten. Plavix voorkomt trombose in de geplaatste stent.

Clopidogrel

Waarom is testen bij gebruik van Clopidogrel zo belangrijk? Omdat bij gebruik van Clopidogrel in combinatie met maagzuurremmers Omeprazol en Esomeprazol Clopidogrel minder goed werkt. Omdat Clopidogrel in combinatie met Acetylsalicylzuur bij stentplaatsing een verhoogd risico op complicaties geeft. Omdat bij een bepaalde genetische variatie in het gen CYP2C19 Clopidogrel een verhoogd risico geeft op hartproblemen. Daarom is bij het voorschrijven van Clopidogrel een farmacogenetische DNA-test zo belangrijk.

Het NIFGO DNA-paspoort

Met het NIFGO DNA-paspoort worden de genen ABCB1, CYP1A2, CYP2C19, CYP2C9, CYP2D6, CYP3A4, CYP3A5,  F2, F5, MTHFR, SLCO1B1 en VKORC1 getest. Deze genen zijn belangrijk bij het gebruik van medicijnen tegen hart- en vaataandoeningen.

DNA-Paspoort-PANEL-PRO-NIFGO

Het DNA-paspoort is belangrijk als een van de volgende medicijnen worden gebruikt: Acenocoumarol, Acetylsalicylzuur, Amlodipine, Atenolol, Atorvastatine, Bisoprolol, Carbasalaatcalcium, Carvedilol, Clopidogrel, Enalapril, Eplerenon, Esomeprazol, Fenprocoumon, Fenytoïne, Flecaïnide, Hydrochloorthiazide, Irbesartan, Isosorbide-mononitraat, Lercanidipine, Lisinopril, Losartan, Metoprolol, Nebivolol, Nifedipine, Nisoldipine, Nitrendipine, Nitroglycerine, Omeprazol, Pantoprazol, Perindopril, Prasugrel, Pravastatine, Propafenon, Propranolol, Rosuvastatine, Simvastatine en Verapamil.

Staat uw medicijn hier niet bij, vraag dan via info@nifgo.nl of er voor dat medicijn een test is.

Nieuws

Ernstige risico’s bloedverdunners

DNA en hartproblemen

Belang VKORC1 bij antistollingsmedicijnen