/ augustus 25, 2018/ pijnstillers

Oxycodon, een geneesmiddel dat de pijn bestrijdt,  is de laatste tijd volop in het nieuws. Onderzoek in de VS en Canada toont aan dat dit geneesmiddel te lang en in te hoge dosering wordt voorgeschreven. Langdurig gebruik en te hoge dosering leidt in veel gevallen tot verslaving en verslavingsverschijnselen. Daarom adviseert NIFGO, om bij voorschrijven van Oxycodon, altijd eerst met een farmacogenetisch onderzoek de activiteit van de genen CYP2D6 en CYP3A4 te testen.

CYP2D6

CYP2D6 en CYP3A4 zijn heel belangrijk voor het afbreken van Oxycodon. Bij ruim 10% van de mensen toont CYP2D6 een afwijkende activiteit. Afhankelijk van de gevonden activiteit kan de arts een ander medicijn voorschrijven of de dosering aanpassen. Hetzelfde geldt voor CYP3A4. Om de vaak ernstige bijwerkingen te voorkomen is juist bij zulke sterke medicijnen als Oxycodon en Codeine farmacogenetisch testen noodzakelijk, voordat met de medicijnen wordt begonnen.

Zie ook onder de pagina literatuur het artikel “Rol van genetische variaties in CYP enzymen bij kinderen” over het voorschrijven van o.a. Oxycodon aan kinderen of bekijk de relevante berichten hieronder.


Farmacogenetica en medicijn interacties spelen belangrijke rol bij individuele verschillen in werkzaamheid en verdraagzaamheid van pijnstillers

Solhaug and Molden, Scandinavian Journal of Pain, 17 (2017) 193–200, doi.org/10.1016/j.sjpain.2017.09.009 1877

Pijn is vaak een bijkomend verschijnsel bij een ziekte. Om de pijn te verzachten worden dan pijnstillers gebruikt terwijl de patiënt ook andere medicijnen gebruikt. De werking van deze medicijnen kan beïnvloed worden door deze pijnstillers. Dit wordt medicijn interactie genoemd. Het is daarom van groot belang dat de zorgverlener (arts/apotheker) op de hoogte is van alle medicijnen, die de patiënt gebruikt. De werking van de pijnstiller is sterk afhankelijk van de activiteit van specifieke eiwitten in het lichaam. De activiteit van deze eiwitten verschillen per patiënt.  Dat is de reden waarom de ene pijnstiller wel werkt bij een patiënt, terwijl de ander meer baat heeft bij een andere pijnstiller. Deze verschillen zijn deels te verklaren door genetische variaties in het DNA dat codeert voor deze eiwitten. In dit artikel worden een aantal genen (DNA dat codeert voor eiwitten) beschreven, waar variaties in bestaan, die de werking van pijnstillers beïnvloeden. Ook worden de effecten van sommige medicijnen beschreven op de werking van bepaalde genen en dus uiteindelijk op de werking van andere medicijnen.


De rol van genetische variaties in CYP enzymen moet onderzocht worden bij voorschrijven van medicijnen aan kinderen

Aka et al, J. Pers. Med. 2017, 7, 14; doi:10.3390/jpm704001

Cytochrome P450 (CYP) enzymen spelen belangrijke rol bij de omzetting van veel medicijnen. Genetische variatie in genen die coderen voor deze enzymen bepalen de werking van de enzymen en dus het effect van het medicijn. Deze genetische variaties komen bij veel mensen voor waardoor een standaarddosering eigenlijk niet mogelijk is maar op de patiënt afgestemd moet zijn. Bij volwassenen wordt therapie op basis van genetische informatie al toegepast, maar bij kinderen is dit minder goed uitgezocht. Bij kinderen zijn 10 medicijnen, die vaak voorgeschreven worden en door CYP enzymen omgezet worden Ondansetron, Oxycodone, Codeine, Omeprazole, Lansoprazole, Sertraline, Amitriptyline, Citalopram, Escitalopram, Andrisperidone. In dit artikel wordt over de relatie tussen deze medicijnen en het gen CYP, bij medicatie bij kinderen, een literatuur overzicht gegeven.