/ april 3, 2022/ farmacogenetica, pijnstillers

Zo’n 90% van de patiënten, die (sterke) maagzuurremmers (o.a. Pantoprazol, Omeprazol, Esomeprazol, Lansoprazol en Rabeprazol) gebruiken, hebben daar geen indicatie voor volgens de richtlijn Maagklachten. Dit blijkt uit onderzoek van het Radboudumc en Nivel, in samenwerking met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).

Volgens de onderzoekers hebben veel patiënten moeite om sterkere maagzuurremmers, de protonpopremmers (PPI’s), af te bouwen. Bij een te snelle afbouw is er een grote kans op maagproblemen. Als reactie daarop wordt vaak gestopt met het afbouwen en weer gestart met het gebruiken van de maagzuurremmers. Ook in die gevallen dat patiënten veel vervelende bijwerkingen ervaren.

Bij het afbouwen van maagzuurremmers kan een arts onder andere door het op maat geven van leefstijladviezen helpen het gebruik te stoppen. De landelijke campagne ‘Gepaste zorg bij maagklachten´, wijst huisartsen onder andere op de juiste indicaties voor maagzuurremmers.

Maagzuurremmers worden voornamelijk via CYP2C19 en in mindere mate via CYP3A4 gemetaboliseerd. Variaties in deze genen kunnen ook oorzaak zijn van bijwerkingen. Dit kan via een DNA test worden aangetoond. Meer informatie over het NIFGO DNA-Paspoort.

Lees hier het hele artikel.