/ januari 19, 2022/ farmacogenetica, kanker

Vial of chemotherapy with syringe for cancer treatment.

Uit recent onderzoek van het Catharina ziekenhuis in Eindhoven blijkt dat het risico op bijwerkingen bij chemotherapie kan worden voorkomen, nadat eerst een DNA-test is afgenomen. Dit onderzoek richtte zich speciaal op het middel Irinotecan en niet op chemotherapeutica in het algemeen.

Met een DNA-test kan een specifieke variatie in het UGT1A1 gen worden gevonden. Deze variatie is er de oorzaak van, dat het middel Irinotecan minder goed wordt afgebroken, met als gevolg een groter risico op ernstige bijwerkingen. Uit het onderzoek blijkt dat, wanneer een patiënt deze variatie in het UGT1A1 gen heeft, een lagere dosering kan worden voorgeschreven. Met de lagere dosering kan het risico op bijwerkingen worden verminderd,  terwijl de gewenste werking van Irinotecan behouden blijft.

Marcel Verhey, hoogleraar radiotherapie aan het Radboud umc in Nijmegen, stelt dat dit onderzoek het belang aantoont om vooraf met een DNA onderzoek vast te stellen hoe een  patiënt reageert op een medicijn. Hij noemt deze benadering een goed voorbeeld van een persoonsgerichte behandeling (medicatie op maat).

Echter niet alleen UGT1A1 is betrokken bij een behandeling met chemotherapie. In ons nieuws bericht van 12 januari 2019 hebben we ook al eens aandacht besteed aan het nut van DNA onderzoek bij gebruik van het chemomiddel 5-FU. Echter ook de genen IFNL3 en DPYD zijn van invloed bij toepassen van chemotherapie. Al deze genen maken deel uit van het testprogramma van NIFGO.

Lees het gehele artikel: https://nos.nl/artikel/2412910-nederlands-onderzoek-maakt-chemotherapie-veiliger-we-kunnen-erg-veel-leed-wegnemen

Vraag hier het NIFGO DNA-Paspoort aan.