De depressie is een vaak voorkomende psychische stoornis. Er zijn verschillende vormen van depressie waaronder de; depressieve stoornis, dysthyme stoornis, bipolaire stoornis, psychotische depressie en postnatale depressie.

Elk type kenmerkt zich door specifieke symptomen. Afhankelijk van het behandelplan wordt besloten een of meerdere medicijnen (antidepressiva)  voor te schrijven.

In nederland gebruiken bijna een miljoen mensen medicatie tegen depressies, psychoses of angststoornissen. Bij ongeveer 15 procent van de patiënten hebben de medicijnen niet het beoogde effect. Klachten verdwijnen niet of de bijwerkingen houden aan.

Bijwerkingen antidepressiva

Bijwerkingen van antidepressiva zijn in de eerste periode intens omdat ze van invloed zijn op het dagelijks functioneren. Enkele  bijwerkingen zijn; zweten, maagklachten, migraine-achtige hoofdpijn, slapeloosheid, bloedingen en gewichtstoename.

Het is algemeen bekend dat het vinden van het juiste medicijn en dosering  enkele weken of maanden duurt voordat een medicijn wordt gevonden dat werkt en weinig bijwerkingen geeft. In die periode worden vaak verschillende medicijnen achter elkaar uitgeprobeerd.

Het al of niet werken van een medicijn hangt echter ook af van de specifieke eigenschappen van de genen die het medicijn afbreken. Medicijnen worden in de lever afgebroken door genen (leverenzymen). In de meeste gevallen werken geneesmiddelen zoals verwacht.  Soms breekt het medicijn juist zeer snel af terwijl in andere gevallen dat afbreken erg langzaam gaat.

De genen CYP2D6 en CYP2C19 zijn bij de verwerking van antidepressiva geneesmiddelen het belangrijkst; maar ook de genen CYP1A2 en CYP3A4 zijn daarop van invloed.

Bij ongeveer 20-30% van de bevolking toont CYP2D6 een verminderde activiteit. Dit leidt tot hoge bloedconcentraties van sommige antidepressiva zoals bijvoorbeeld Clomipramine.

Bij patiënten waarbij het genotype (CYP2D6) een verminderde activiteit heeft, kan de dosering van Clomipramine op 50% worden vastgesteld (bron: KNMP Kennisbank).

Antidepressiva DNA-test

Farmacogenetisch DNA-onderzoek houdt in dat de specifieke eigenschappen bij het afbreken van medicijnen in kaart gebracht worden. Daarmee kunnen weken van medicijnen uitproberen worden voorkomen.

Met uitkomst kunnen arts en apotheker nauwkeurig bepalen, welk medicijn het beste werkt en welke dosering daarbij hoort. In de KNMP Kennisbank is informatie te vinden over hoe te handelen, als er sprake is van een afwijkende activiteit.

Overweeg een DNA-test bij gebruik van een of meerdere van de volgende medicijnen: Aripiprazol, Broomperidol, Chloorprotixeen, Clozapine, Flufenazine, Haloperidol, Olanzapine, Paliperidon, Pipamperson, Quetiapine, Risperdon, Sertindol en Zuclopenticol. Staat een voorgeschreven medicijn hier niet bij neem dan contact met ons op.

NIFGO DNA Paspoort Panel Pro, Cardio, Depressiva-psychotica

Antipsychotica

Antipsychotica is een groep medicijnen, die wordt voorgeschreven als iemand lijdt aan een psychose. Een psychose kan worden veroorzaakt door schizofrenie, drugsgebruik, een sterke diep ingrijpende emotie of een manisch-depressieve stoornis. In dit soort gevallen zullen eerst antipsychotica worden voorgeschreven.

Ook bij antipsychotica kennen we de praktijk van enkele weken zoeken naar het medicijn, dat het beste werkt. Maar het al of niet werken van een medicijn hangt ook af van de specifieke eigenschappen van de genen, die het medicijn afbreken. De genen CYP2D6 en CYP2C19 zijn daarbij de belangrijkst. Maar ook de genen CYP1A2 en CYP3A4 spelen een rol.

Bijwerkingen antipsychotica

Motorische bijwerkingen als spierkramp, hormonale bijwerkingen, gewichtstoename en risico op suikerziekte zijn de meest voorkomende bijwerkingen. Alle reden dus om, voordat met medicatie wordt begonnen, met een farmacogenetische DNA-test te bepalen of het voor te schrijven medicijn wel aansluit bij de specifieke genetische eigenschappen van iemands stofwisseling.

DNA-paspoort 

Het DNA-paspoort antipsychotica is geschikt voor gebruikers van de onderstaande medicijnen; Aripiprazol, Broomperidol, Chloorprotixeen, Clozapine, Flufenazine, Haloperidol, Olanzapine, Paliperidon, Pipamperson, Quetiapine, Risperdon, Sertindol en Zuclopenticol.

Hoe werkt de DNA-test?

Nadat de DNA-test is aangevraagd, wordt een DNA afname-kit toegestuurd, waarmee zelf speeksel of wangslijmvlies kan worden afgenomen. Dit is weinig ingrijpend. Het DNA-materiaal wordt opgestuurd naar het gecertificeerd laboratorium, gespecialiseerd in farmacogenetisch onderzoek. Drie weken na het terugsturen van de kit met swab wordt de uitslag van het onderzoek per e-mail verzonden. In de uitslag worden de aandachtspunten voor de arts en apotheker uitgebreid toegelicht. Alleen de variaties in het DNA die van invloed zijn geneesmiddelen worden onderzocht. Andere informatie over erfelijkheid, verwantschap of aanleg wordt niet meegenomen met een medische DNA-test van NIFGO.

Is privacy gewaarborgd?

De QR-code op het buisje is verbonden met de persoonlijke gegevens. Het buisje is daarom alleen geschikt voor eigen gebruik. Het laboratorium ontvangt alleen het buisje met de QR-code, dus geen persoonlijke gegevens. Na het onderzoek wordt het DNA-materiaal standaard door het laboratorium vernietigd. De resultaten van het onderzoek worden naar het opgegeven e-mailadres verstuurd door NIFGO.

Nieuws

OPRM1 variant verhoogt zelfmoordneiging

Behandeling van depressie op basis van genetische informatie